Haven

Ik voer bij dichte mist de haven binnen
Behoedzaam turend zocht ik jou
Of een contour dat ik vertrouw
Ik hoorde een meeuw, krijsend buiten zinnen

Toen heb ik je blik herkend
Tomeloos diep en sprankelend
Het maakte me broos en wankelend
Heb ik mijn ogen afgewend

In dit lichte stille water
Weet ik nu in blij verdriet
Als je de ander in jezelf ziet
Zal het goed komen later
Heel veel later

Aarde

In het bos omhels ik bomen
Ik kleef aan hun bast als een parasiet
Voelend hoe haar krachten stromen
Ze zijn er wel maar je ziet ze niet

Alles van waarde
Komt uit de aarde

Vogelvlucht

Vanuit een ander raam
Kijk ik van onder naar boven
Namen geschreven in de lucht
In vogelvlucht mijn leven zien
Het geven en dan sterven.

Verderop gedichten

Het liefst pluk ik laaghangend fruit
en pers daar zachtmoedig een rijmend vers uit

Zo in het zicht, makkelijk te grijpen
Puur zoals het hangt klaar met rijpen

Hoe anders is het Verderop gedicht
Waarnaar ik aanhoudend tast
Hoger, grilliger met scherper contrast
spiegelt zij het binnenlicht

Schier onnavolgbare zinnen
Wekken mij diep van binnen,

Soms zijn het raadsels, zegt het mij niets
Soms borrelt het en smeult er iets

Verderop vruchten of laaghangend fruit
Neem poëzie in en leef je uit

Opdiepen

Het licht op het water
Breekt in losse flarden
Uit een
Ze beuken tegen de kant
Onpeilbare donkerte
Vertraagt mijn blik

Ik slik en huiver
Keer mij om

Kom, we gaan wat drinken en praten
Luisteren naar wat zoal boven komt drijven
We proosten op diepte, en de waan van het bestaan.
Om uitbundig te blijven en in stilte te gaan

Het geheime geheugen van water

IJsbloemen doemen op het glas
Uit het niets betover lijnen
Wat eerst vloeibaar was

Bottend vanuit een hart
Bevroren kristallen symmetrie
Wat ik dacht is wat ik zie

Druppelend stuivend zwevend
druipend golft het door mijn lijf
Zodat ik samenhangend blijf
Een geheel en levend

Tijd

Leven op het scherpst van de snede

Tijd splijt in facetten
Het jaar heeft de dagen bijna ingeslikt

Goed opletten
Voor je het weet ben je uitgetikt

Gelukkig een Nieuw jaar!

Maak het van jou:

Geef, Geniet,

Ontvang, Geef ….💞

Midwinter 🔥 Winterwende

Winter kwam met brede slagen
Ze werpt een koud en ragfijn kleed
Daaronder, in de kiem wordt al gesmeed
Voor latere, nieuwe dagen
***
Het is er warm en onaards licht
Veilig diep verborgen

Geen kennis nog van morgen
Tijdloos zonder gewicht
***
Later zal de zon ontsluiten
De kiem wordt uitgelicht
Binnen wordt weer buiten
Met even grote slagen
Als in het begin van dit gedicht

Energie

Gevoelens zie je niet
Je hoort ze evenmin
Liefde in het begin
Of, later het verdriet

Had ik maar ’n oog
Dat door sluiers kijken kon
Hoe vriendschap begon
Of, hoe woede bewoog

Een stil en voelend weten
Meer dan dat ik zie
Alles is energie
Een oer krachtketen

Ze trekt en verbindt
Boven onder, overal
Stroomt ze, zoekt en vindt

Vroege Sneeuw

Het wiegje bleef leeg
Zou zich vullen met gedachten
Aan een onvoltooid voorbij verwachten

Mijn moeder baarde
Huilde en zweeg

Ik stond buiten en staarde
Naar vroege sneeuw op zwarte aarde

Intuïtie

Muren van intolerante
Blaaskakerige dikke huiden

Ver weg

Buiten hun beperkte zicht
Ligt het Aanvoelend Weten

Niet om te graaien
Maar om voorzichtig te worden uitgelicht

Dikke lijnen als touwen

Avondschemer sluimert over het gras

In de bomen zullen sterren komen
Ook de maan zal ergens moeten zijn

Deze dag als alle andere
Zocht ik  je hand
Ruw eelt en dikke lijnen als touwen
Mijn hand in de jouwe
Geborgen
Omvat je mijn gezicht

Kom, geef mij de nacht
Ik droom waaruit ik werd gehouwen
En keer alles nogmaals om

Ik zal mij verbonden weten
Met de schoot van alle vrouwen

In de verte wordt het al weer licht

Tanka 4

Daar gaan de Ganzen
Krachtig de weg doorklieven
Het zuiden peilend

De wereld van bovenaf
Gezien en zo gelaten

Omarm en Verwarm

Hij spuugt in gal en bloed
Ijs scherpe woorden
De wereld in

Palend op zijn meter
Weet hij alles beter
Razend tierend puilt hij uit
Hij ziet zich groter dan hij kan zijn
Het maakt hem klein

Kom dooi kom omarm en verwarm
Help deze kille starre man
Zodat zijn hart weer kloppen kan

Kijk me aan
Ik hou van jou
Laat gaan die bittere kou

Wend je af of keer je om
Zodat ik, dichter bij je kom

Luisteren is een goede start
Net als kijken vanuit je hart

Tanka 3

Herfst hibiscus blad
Met op haar tak een koolmees
Beide kleuren geel

Herinnering aan de zon
En zoete zomerochtend

Tanka 2

Geritsel s’nachts

Verborgen onder takken

Familie Egel

Stekelig knus bij elkaar

Spits en prikkelend leven

Mijn eerste Tanka

Meer dan oud papier
Beelden in sapstroom ringen
Drukken de tijd uit

Een diep snikken voor de val
Ze giet verdwaalde tranen

🍁🍂 Ideeën 🍂🍁

Nog ongevleugeld dwarrelt
mijn idee met de herfstbladeren mee

Weerbarstig als ideeën zijn
Wilde ze gaan en zelf bestaan
Met weemoed denk ik nu terug
Aan het vrije blije begin
Maar ideeën worden groot
Ze krijgen zelf zin

Wie weet, vindt ze de ideeën wereld
En begint er zelf een
Dan vormen ze met zijn tweeën,
Drie grandioze ideeën.

Keerpunten

Lentelicht
Golven kracht
Maken iets van niets

Herfstlicht
Groen geel rood
Wattig licht
verwachtte dood

Boven een golvend geploegde akker
Keren vogels
Terug en later weer om

Ook het punt waarop mijn dromen keren
En ik weer op aarde kom

Alsof een golf het strand kust
Alles keert door licht
Beweegt en

Rust.

Op de fiets

Tijdens het fietsen heb ik last van dichten
Waar ik kijk hoe hard ik ook fiets
Overal verschijnt wel iets
Volzinnen of vergezichten

Een meeuw krast mij zijn honger toe
Bomen ruisen over het zicht
Stromend water druppel gedicht
De zwerfkei zucht zwaar en moe

Het kan zomaar gebeuren dat voorbijgangers mijn vers kleuren
Een bijna contact een vluchtig kijken
Kan mijn gedicht enorm verrijken

Alles fietst aan mij voorbij
Ik neem het waar
Het maakt me blij

Iedere dag

Op het strand
Luister ik
Naar wind gefluister
En schelpen die ik vind

Sommige achteloos vertrapt
Tot splinters
Weerloos zonder verband
Liggend in het zand

Voor mij rest een zelfde lot
Vroeg of laat
Een lege huls zonder inhoud
Wiens vluchtige vulling
verder gaat

Tot dan zoek ik verbinding
Binnen boven
Buiten onder
En beloof mezelf plechtig
Dat ik iedere dag bewonder

Perron

Zoals jij daar staat op dat perron
Gebogen en alleen
Je kijkt omhoog, volgt je gedachten
Je stuurt ze ergens heen

Er hangt droefheid in de lucht
Een vochtig zwaar gemis
Tussen alle treingeluiden
Voel ik dat er zij niet meer is

Dan maar reizen en bewegen
Overal en nergens heen
Je komt haar toch wel tegen

Een vluchtige geur
Gebaar of woord
Een glimlach die je kort bekoort
De stem die jou ooit troostte
Heb je al lang niet meer gehoord

Dus blijf je reizen
Eeuwig zoeken
Naar iets wat het bijna raakt
En je dan, in het voorbijgaan,
Intens gelukkig maakt

Jij en ik

Alle hoop voor onze helden
Die zwarte honden leren weerstaan
Die donkere hele dagen
Door zware tijden gaan

Alle kracht voor deze dragers
Van raadselachtig somber gewicht
Het enige wat ze vragen
Is dat er wordt bij gelicht

Alle liefde voor hen die zoeken
Naar wat heel normaal schijnt
Maar steeds als het dichtbij komt
Lijkt dat het verdwijnt

Rustig vrijuit kunnen leven
Is soms een hels karwei
Maar samen gaan we het redden
Jij en ik zijn wij

Donder en bliksem

Open de sluizen slecht alle muren
Stook op de binnenvuren
In verhitte stilte wordt hier gesmeed
Aan iets wat dichten heet

Kijk naar beneden ontgrendel verdriet
Zie de diepte in wat je ziet

Voel het ritme van seizoenen
Leer het onzegbare toch te benoemen

Luister naar het geluid van de wind
Het kan zijn dat je daar inspiratie vindt

Kom maar bliksemschicht en donder
Schrijf je gedicht en verwonder

Of…. laat het rijm zacht en teder komen
En put poëzie uit je dromen

Druppels licht

Een plant heeft evengoed
Als het gemoed
De zon en water nodig

Een eigen plaats om stil te staan
Vrijelijk open en omhoog te gaan
Water druppels stromen vloeien
Laten los en laten groeien

Het nog vochtige ochtend licht
Tovert een glimlach op jouw gezicht
Een plant schenkt bloemen of een vrucht

Zoete zorgeloosheid
Doordrenkt de lucht.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑