Deze Dagen

Ik reik en raak je
Smeed gedachten banden

Doen in deze dagen
Waarin blote handen
de ander zouden willen dragen

Op afstand zij aan zij
Ik denk je dichterbij

Verbinding

De waan los
Van het zinnige zien
Verschoten kleuren
In oplichtend wit

Wetend dat in ieder mens
Een ware kern zit
Zie ik in iedere boom
Een onderliggend bos

Richting

Afstand nemen
De lijn onderbreken

Voor in achteruit

Durven
En het besef laten komen
Dat richting zich niet laat leiden
Dagdromen niet zijn te mijden
En Vreugde Vol is waar we eerder niet keken

Lock down

Binnen ingesloten
Zoek ik het midden
En mijd de grens

Vogels zien de mens
Door een raam
Ze zingen je naam
Zie en leer
Van hun laatste wens

Magnolia

Voor wie droef
Niet de lente ziet
Verstrikt geraakt in de winter groef

Luidt de bel
Dek de tafel en
Roep de gasten
Grijp het grootse
Graai en groei

De Magnolia staat in bloei

Dijk

Ik loop deze avond op de dijk
*
Spinnenweb en regenbogen
Trekken lijnen ver naar binnen
Dieper dan door meeste zinnen
Wordt mijn hart intens bewogen
*
Een samenspel met de kosmos
Nietig voelen maar compleet
Weten dat je weet
Alles hangt samen niets is los
*
Verbonden ben ik verbinden zal ik

Loslaten

Gaandeweg
Loslaten
Ruimte maken
Zonder twijfel en niet bang
Klaar
Zodat ik nieuw ontvang

Banden

Overal waar we landen
Zijn Banden van liefde
Vouwbaar
Totdat het past
Jou met mij
Hier met daar

Haven

Ik voer bij dichte mist de haven binnen
Behoedzaam turend zocht ik jou
Of een contour dat ik vertrouw
Ik hoorde een meeuw, krijsend buiten zinnen

Toen heb ik je blik herkend
Tomeloos diep en sprankelend
Het maakte me broos en wankelend
Heb ik mijn ogen afgewend

In dit lichte stille water
Weet ik nu in blij verdriet
Als je de ander in jezelf ziet
Zal het goed komen later
Heel veel later

Voor goed

Gister nog
Zag ik het weer
Het kleed dat werd weggetrokken
Of liever eerder opgetild
Ongemerkte zieletijd
Voorgoed weg
Voor altijd
Het spoor kwijt

Versnipperaar

Golven bladgoud en
Splinters eikel schieten
Onder mijn fietsband weg

De Versnipperaar waart rond
Graait en grijpt
Knijpt in al het leven

Sappen verzamelend
Rust de boom
Later, na de langste nacht
Zal een warme streling
Zijn ruwe bast beroeren
Hij zal in volle kracht komen
Zich oprichten

Nu mag hij, hij laat zich niet langer intomen

Quantum ommetje

Ik bevind mij in superpositie
Tegelijk hier én daar

Ik heb mijn bril afgezet
Het maakt me lichter
En ik zie dan beter dichterbij

Stil

Zompig zakt mijn zilte druppel
In het drassige waterland

Suizend zwieren duizend veren
Stormachtig in haast wijkende lucht

Luisterend naar krakende bomen
Leer ik hier om stil te zijn

Plooiend binnenin getogen
Weet ik mij onbewogen en klein

Beweging

Los gekomen
Draden van het spinnenweb


Dansend door een bries
Schittert de zon


Ze wenken mij
Ik kan volgen
en me laten leiden
In deze zachte
beweging


Niet meer vast gezet

Tussentijd

Vanuit het volle vuur
Stroomt blijvende warmte
Waarin verend donzige vlammen
Mij lieten landen
In dit Godvergeten Uur

Bloemen graf

Hun schoon verwelken
Tot in de diepste laag

Verijlde kleuren
Aarde diepe geuren

Wie zegt mij
Dat ik de essentie
Niet in dit terugtrekken
Uit het leven zie

Deurbel

In het mistig lantaarn licht
Stille gesloten deuren
Vage contouren in het venster
De gastvrije open gordijnen
Omvatten kille kleuren van eenzaamheid

Grijs met zwarte randen
En het onderscheidend wit
Van de deurbel

Open mij

Je volle liefde
In vleugels die omhelzen
Ik voel de witte stof
Teken de baleinen

Mijn adem stokt

Jij!

Open mij
Dan zal ik zelf sluiten
En laat ik leven vieren
Binnenin en buiten

Bodem

Laten we het liefde noemen

Toen ik kort de hemel raakte

Wat maakte dat je blik verzachtte

Laten we het verdriet vergeten

Nu we weten

Dat je bodem dieper is

Dan we dachten

Vogelvlucht

Vanuit een ander raam
Kijk ik van onder naar boven
Namen geschreven in de lucht
In vogelvlucht mijn leven zien
Het geven en dan sterven.

Verderop gedichten

Het liefst pluk ik laaghangend fruit
en pers daar zachtmoedig een rijmend vers uit

Zo in het zicht, makkelijk te grijpen
Puur zoals het hangt klaar met rijpen

Hoe anders is het Verderop gedicht
Waarnaar ik aanhoudend tast
Hoger, grilliger met scherper contrast
spiegelt zij het binnenlicht

Schier onnavolgbare zinnen
Wekken mij diep van binnen,

Soms zijn het raadsels, zegt het mij niets
Soms borrelt het en smeult er iets

Verderop vruchten of laaghangend fruit
Neem poëzie in en leef je uit

Opdiepen

Het licht op het water
Breekt in losse flarden
Uit een
Ze beuken tegen de kant
Onpeilbare donkerte
Vertraagt mijn blik

Ik slik en huiver
Keer mij om

Kom, we gaan wat drinken en praten
Luisteren naar wat zoal boven komt drijven
We proosten op diepte, en de waan van het bestaan.
Om uitbundig te blijven en in stilte te gaan

Het geheime geheugen van water

IJsbloemen doemen op het glas
Uit het niets betover lijnen
Wat eerst vloeibaar was

Bottend vanuit een hart
Bevroren kristallen symmetrie
Wat ik dacht is wat ik zie

Druppelend stuivend zwevend
druipend golft het door mijn lijf
Zodat ik samenhangend blijf
Een geheel en levend

Zwerfkei

Laatst sprak een
steen mij aan
Een grote zwerfkei
Hij lag daar zwaar
en slaakte een zucht
Een windvlaag raakte mij

Hij verhaalde over
zijn dwalen en zwerven
Ik zag de diepe kerven
aan zijn ruwe oppervlak.

Hij liet zich gewillig leiden door krachten in de natuur
Eerder, lang geleden, in een ver vergeten uur.

Ik vertelde over deze mensentijd
Over hoop, geloof en liefde
haat, jaloezie en nijd

Opgelucht met onze dialoog leek het kort
alsof hij licht bewoog

Ook hij was ontstaan uit binnenvuur
Uit warme passie van de natuur

Oud, koud maar vol verlangen
Sprak hij zacht
Over een Oost-West verbindende kracht
Een samentrillend leven

Zoals vuurstenen vonken geven
Zo vormen harten
Cirkelend in elkaar
Jou en mij werkelijk en waar

Zondagochtend ei

Onze zielen dichtbij
Het trillend licht
In het lege ei
Toen mijn vader zijn pijp aanstak
En zijn lucifer plantte
Wist ik

Nooit meer een mooier licht
Nooit meer een beter idee
Nooit, aardser dieper zielenzicht
Mijn vader, zijn vuur en het ei

Ernstig

Laten bezinken
Blijven drijven
Niet verdrinken
Blijf trouw aan jezelf

Alleen
Gelaten
Verraden voelen
En intens alleen
Verlaten door je lijf

Wil je dat ik blijf slapen….
Schuif je dan een stukje op

Tijd

Leven op het scherpst van de snede

Tijd splijt in facetten
Het jaar heeft de dagen bijna ingeslikt

Goed opletten
Voor je het weet ben je uitgetikt

Gelukkig een Nieuw jaar!

Maak het van jou:

Geef, Geniet,

Ontvang, Geef ….💞

Midwinter 🔥 Winterwende

Winter kwam met brede slagen
Ze werpt een koud en ragfijn kleed
Daaronder, in de kiem wordt al gesmeed
Voor latere, nieuwe dagen
***
Het is er warm en onaards licht
Veilig diep verborgen

Geen kennis nog van morgen
Tijdloos zonder gewicht
***
Later zal de zon ontsluiten
De kiem wordt uitgelicht
Binnen wordt weer buiten
Met even grote slagen
Als in het begin van dit gedicht

Opera

In drie bedrijven drie keer rond de aarde gaan

Aangeraakt
Opgetild
Geliefd
Bemind
Bedrogen

Neergesmeten

Het doek valt.
Ik leef ! en speel verder.

Breekbaar

Ze riepen je naam
Galmend tussen witte muren
Echoënd in magneten

Onbreekbaar ijle liefde
Vult de tussen ruimte
Tere handen houden los

Je spaart woorden in broze huid
Kijkt en luistert
Luistert niet naar ons

Energie

Gevoelens zie je niet
Je hoort ze evenmin
Liefde in het begin
Of, later het verdriet

Had ik maar ’n oog
Dat door sluiers kijken kon
Hoe vriendschap begon
Of, hoe woede bewoog

Een stil en voelend weten
Meer dan dat ik zie
Alles is energie
Een oer krachtketen

Ze trekt en verbindt
Boven onder, overal
Stroomt ze, zoekt en vindt

Vroege Sneeuw

Het wiegje bleef leeg
Zou zich vullen met gedachten
Aan een onvoltooid voorbij verwachten

Mijn moeder baarde
Huilde en zweeg

Ik stond buiten en staarde
Naar vroege sneeuw op zwarte aarde

Intuïtie

Muren van intolerante
Blaaskakerige dikke huiden

Ver weg

Buiten hun beperkte zicht
Ligt het Aanvoelend Weten

Niet om te graaien
Maar om voorzichtig te worden uitgelicht

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑