Haven

Ik voer bij dichte mist de haven binnen
Behoedzaam turend zocht ik jou
Of een contour dat ik vertrouw
Ik hoorde een meeuw, krijsend buiten zinnen

Toen heb ik je blik herkend
Tomeloos diep en sprankelend
Het maakte me broos en wankelend
Heb ik mijn ogen afgewend

In dit lichte stille water
Weet ik nu in blij verdriet
Als je de ander in jezelf ziet
Zal het goed komen later
Heel veel later

Voor goed

Gister nog
Zag ik het weer
Het kleed dat werd weggetrokken
Of liever eerder opgetild
Ongemerkte zieletijd
Voorgoed weg
Voor altijd
Het spoor kwijt

Versnipperaar

Golven bladgoud en
Splinters eikel schieten
Onder mijn fietsband weg

De Versnipperaar waart rond
Graait en grijpt
Knijpt in al het leven

Sappen verzamelend
Rust de boom
Later, na de langste nacht
Zal een warme streling
Zijn ruwe bast beroeren
Hij zal in volle kracht komen
Zich oprichten

Nu mag hij, hij laat zich niet langer intomen

Quantum ommetje

Ik bevind mij in superpositie
Tegelijk hier én daar

Ik heb mijn bril afgezet
Het maakt me lichter
En ik zie dan beter dichterbij

Stil

Zompig zakt mijn zilte druppel
In het drassige waterland

Suizend zwieren duizend veren
Stormachtig in haast wijkende lucht

Luisterend naar krakende bomen
Leer ik hier om stil te zijn

Plooiend binnenin getogen
Weet ik mij onbewogen en klein

Beweging

Los gekomen
Draden van het spinnenweb


Dansend door een bries
Schittert de zon


Ze wenken mij
Ik kan volgen
en me laten leiden
In deze zachte
beweging


Niet meer vast gezet

Tussentijd

Vanuit het volle vuur
Stroomt blijvende warmte
Waarin verend donzige vlammen
Mij lieten landen
In dit Godvergeten Uur

Bloemen graf

Hun schoon verwelken
Tot in de diepste laag

Verijlde kleuren
Aarde diepe geuren

Wie zegt mij
Dat ik de essentie
Niet in dit terugtrekken
Uit het leven zie

Zacht

Met beide handen
Een zwakte raken
Stilaan stromend maken
De kracht van zacht
Of
Versplinter en verdeel
Met koud en blind vermogen
Van versteende macht

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑