Herfst

Schilfers van blad
Struikelend
Valt de winter in
Aarde geur
Vol van jaar
Trekt zich terug in haar kom
De zwaarste tak valt
Met zonlicht opzij
In rafelende kleuren

Begrensde dromen

In het land van lachend vuur
Stroomt het pad van verdreven tranen
Uit witte velden loopt de draad

Zie toch de liefde

Brandpunt uit zweet in bloed
Daar huilde de aarde
Zich troostend met droog katoen

Uit geputte grond

De Moeder staat op en voedt haar kind
Het kind dat al zijn kleuren kent
Zal leren staan het volgende uur

Kent zij haar kans

Mijn deel

Het loden wolkendek
Drukt op mijn gemoed

Ik moet zoveel
Wat ik wil

Het eerlijke stukje van mijn deel
En een eigen kleine stille plek

Gelijkenissen

Van buiten zijn we
Geen een gelijk

Als ik naar binnen kijk
En tracht te overzien
Zie ik meer gelijkenissen
Dan verschillen

Misschien

Vandaag

Nu is hier
Mijn blikveld
Telt
Vandaag is voldoende
Geen gejakker en geren
Ik ben

Reizen

Ik staar naar de routekaart
Wat links?
Waar rechts?

Ik mijd het struikel pad
Kruispunten neem ik steeds
Rechtdoor
Het liefst zie ik bruggen
Overal
Dan kijk ik in de diepte
En hou me vast zodat ik niet val

Zomeravond

Lange smalle schaduwen
in vroeg avondlicht

Ik wacht op de merel
Voor het sluiten van de dag

Tijd voor een zomeravond gedicht
Waarin ik tracht te lezen wat ik zag

Elkanders lied

Er zat een vogel in mijn tuin
Fris gevederd, net uit het ei
Het leek alsof ze wachtte
Alsof ze wachtte op mij

Vogels horen niet op de grond
Daar is het vies en vol gevaar
Vogels horen te vliegen maar
Ik zag dat ze vliegen moeilijk vond

Ik heb haar voorzichtig opgetild
Verteld dat door vleugels uit te slaan
Er werelden en boeken opengaan

Ze trok de wijde wereld in
Gevleugeld en met gemak
Soms komt ze even bij mij terug
Zij op haar, ik op mijn tak

We luisteren naar elkanders lied
Een groter geluk bestaat er niet

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑