Bloemen graf

Hun schoon verwelken
Tot in de diepste laag

Verijlde kleuren
Aarde diepe geuren

Wie zegt mij
Dat ik de essentie
Niet in dit terugtrekken
Uit het leven zie

Zacht

Met beide handen
Een zwakte raken
Stilaan stromend maken
De kracht van zacht
Of
Versplinter en verdeel
Met het koud en blind vermogen
Van versteende macht

Tij

Ik wacht op opkomend tij
Voor het wissen
Van te snelle woorden

Losse gedachten
Die bij nader inzien
Niet passen bij mij

Zwijgen verstaan
Stilte begrijpen en er in opgaan

Dubbelhartig

Pas aangeplante bomen
Hun tere wortels
Onvast nog
Wankelen in de eerste storm

Vingers graaien in moeder aarde
Jouw kroon, mijn kruin reiken naar licht
We delen de ruimte

Waarin jullie ons adem geven
Wij alles nemen
En niets geven
Dan afval

Vroeg of laat

Tussen de openingsdans en de eindkrak
De oerknal en de afscheidskus
Kruisen onze wegen
We bewegen op de maat
Of juist niet
Niemand die het ziet
Alleen jijzelf vroeg of laat

Haar andere kant

Haastig vertier
In vluchtige stegen
De velden van verveling
Daar gelaten
Verlaat geel licht
Hergebruikt en opgesmukt
Door met klammig zweet
Beslagen ramen
De maan en
Haar andere kant

Roerloos

In een zachte bries
Kom jij aan mij voorbij
Ik sluit mij aan
Zet mijn venster open

Op een kort stil moment
In een wattige schemering
Voel ik dat je bij me bent

Ik ga niet voor of achteruit
Tijd is roerloos in herinnering

Sneeuw

Zwarte warrige lijnen
Vormen sporen
In oogverblindend wit

Ik volg ze niet
Laat mij staan
Opgaan in deze vlakte

Geen beweging
Geen gekraak

In deze stille kou
Maak ik mijn eigen sporen
Verweven met die van jou

Inzien

Op de bovenste plank
Rustend en rijpend
De zinnen overdacht
Talloze keren herlezen

Ook al spreek ik ze zacht
Met gesloten ogen
Je zou ze kunnen uitpakken
Ze in kunnen zien

Het is te vroeg en
Ook te veel
Ik draag ze voor aan de nacht
Voor ik ze met jou deel

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑