Sneeuw

Zwarte warrige lijnen
Vormen sporen
In oogverblindend wit

Ik volg ze niet
Laat mij staan
Opgaan in deze vlakte

Geen beweging
Geen gekraak

In deze stille kou
Maak ik mijn eigen sporen
Verweven met die van jou

Inzien

Op de bovenste plank
Rustend en rijpend
De zinnen overdacht
Talloze keren herlezen

Ook al spreek ik ze zacht
Met gesloten ogen
Je zou ze kunnen uitpakken
Ze in kunnen zien

Het is te vroeg en
Ook te veel
Ik draag ze voor aan de nacht
Voor ik ze met jou deel

Deurbel

In het mistig lantaarn licht
Stille gesloten deuren
Vage contouren in het venster
De gastvrije open gordijnen
Omvatten kille kleuren van eenzaamheid

Grijs met zwarte randen
En het onderscheidend wit
Van de deurbel

Allen die ik Lief

Vanuit het feestbezinksel
Neem ik de touwladder
Van de slaap
Tree na tree de stilte in

Dan het schel luiden van de bel

Ik weet het
Maar
Als het kan
Roep dan zacht mijn naam
Opdat zij niet schrikken
Allen die ik lief
Zo lief heb gehad…..

Open mij

Je volle liefde
In vleugels die omhelzen
Ik voel de witte stof
Teken de baleinen

Mijn adem stokt

Jij!

Open mij
Dan zal ik zelf sluiten
En laat ik leven vieren
Binnenin en buiten

Bodem

Laten we het liefde noemen

Toen ik kort de hemel raakte

Wat maakte dat je blik verzachtte

Laten we het verdriet vergeten

Nu we weten

Dat je bodem dieper is

Dan we dachten

Ware zinnen

De geheimen van dit boek
Sluipen langzaam binnen
Het gevoel in zwart op wit papier
Ik voel
Ik proef
Ik weeg en
Slik ze in
Ze vallen diep ze vallen zwaar

Ik buig mijn hoofd
Voor ware zinnen

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑