Verbinding

De waan los
Van het zinnige zien
Verschoten kleuren
In oplichtend wit

Wetend dat in ieder mens
Een ware kern zit
Zie ik in iedere boom
Een onderliggend bos

Verpleegkundige

Als het zorgen eindelijk klaar is
De vragen en problemen uitgeblust

Het gemis van dichten
Mijn moeheid tracht te verlichten

Zink ik in een diepe slaap
Tot een woordeloos gedicht mij wakker kust

Ik nader dan een nieuwe dag
Waarin ik mijn beroep weer uitvoeren mag

Richting

Afstand nemen
De lijn onderbreken

Voor in achteruit

Durven
En het besef laten komen
Dat richting zich niet laat leiden
Dagdromen niet zijn te mijden
En Vreugde Vol is waar we eerder niet keken

Lock down

Binnen ingesloten
Zoek ik het midden
En mijd de grens

Vogels zien de mens
Door een raam
Ze zingen je naam
Zie en leer
Van hun laatste wens

Magnolia

Voor wie droef
Niet de lente ziet
Verstrikt geraakt in de winter groef

Luidt de bel
Dek de tafel en
Roep de gasten
Grijp het grootse
Graai en groei

De Magnolia staat in bloei

Dijk

Ik loop deze avond op de dijk
*
Spinnenweb en regenbogen
Trekken lijnen ver naar binnen
Dieper dan door meeste zinnen
Wordt mijn hart intens bewogen
*
Een samenspel met de kosmos
Nietig voelen maar compleet
Weten dat je weet
Alles hangt samen niets is los
*
Verbonden ben ik verbinden zal ik

Loslaten

Gaandeweg
Loslaten
Ruimte maken
Zonder twijfel en niet bang
Klaar
Zodat ik nieuw ontvang

Banden

Overal waar we landen
Zijn Banden van liefde
Vouwbaar
Totdat het past
Jou met mij
Hier met daar

Haven

Ik voer bij dichte mist de haven binnen
Behoedzaam turend zocht ik jou
Of een contour dat ik vertrouw
Ik hoorde een meeuw, krijsend buiten zinnen

Toen heb ik je blik herkend
Tomeloos diep en sprankelend
Het maakte me broos en wankelend
Heb ik mijn ogen afgewend

In dit lichte stille water
Weet ik nu in blij verdriet
Als je de ander in jezelf ziet
Zal het goed komen later
Heel veel later

Voor goed

Gister nog
Zag ik het weer
Het kleed dat werd weggetrokken
Of liever eerder opgetild
Ongemerkte zieletijd
Voorgoed weg
Voor altijd
Het spoor kwijt

Versnipperaar

Golven bladgoud en
Splinters eikel schieten
Onder mijn fietsband weg

De Versnipperaar waart rond
Graait en grijpt
Knijpt in al het leven

Sappen verzamelend
Rust de boom
Later, na de langste nacht
Zal een warme streling
Zijn ruwe bast beroeren
Hij zal in volle kracht komen
Zich oprichten

Nu mag hij, hij laat zich niet langer intomen

Quantum ommetje

Ik bevind mij in superpositie
Tegelijk hier én daar

Ik heb mijn bril afgezet
Het maakt me lichter
En ik zie dan beter dichterbij

Stil

Zompig zakt mijn zilte druppel
In het drassige waterland

Suizend zwieren duizend veren
Stormachtig in haast wijkende lucht

Luisterend naar krakende bomen
Leer ik hier om stil te zijn

Plooiend binnenin getogen
Weet ik mij onbewogen en klein

Beweging

Los gekomen
Draden van het spinnenweb


Dansend door een bries
Schittert de zon


Ze wenken mij
Ik kan volgen
en me laten leiden
In deze zachte
beweging


Niet meer vast gezet

Tussentijd

Vanuit het volle vuur
Stroomt blijvende warmte
Waarin verend donzige vlammen
Mij lieten landen
In dit Godvergeten Uur

Bloemen graf

Hun schoon verwelken
Tot in de diepste laag

Verijlde kleuren
Aarde diepe geuren

Wie zegt mij
Dat ik de essentie
Niet in dit terugtrekken
Uit het leven zie

Zacht

Met beide handen
Een zwakte raken
Stilaan stromend maken
De kracht van zacht
Of
Versplinter en verdeel
Met koud en blind vermogen
Van versteende macht

Tij

Ik wacht op opkomend tij
Voor het wissen
Van te snelle woorden

Losse gedachten
Die bij nader inzien
Niet passen bij mij

Zwijgen verstaan
Stilte begrijpen en er in opgaan

Dubbelhartig

Pas aangeplante bomen
Hun tere wortels
Onvast nog
Wankelen in de eerste storm

Vingers graaien in moeder aarde
Jouw kroon, mijn kruin reiken naar licht
We delen de ruimte

Waarin jullie ons adem geven
Wij alles nemen
En niets geven
Dan afval

Vroeg of laat

Tussen de openingsdans en de eindkrak
De oerknal en de afscheidskus
Kruisen onze wegen
We bewegen op de maat
Of juist niet
Niemand die het ziet
Alleen jijzelf vroeg of laat

Haar andere kant

Haastig vertier
In vluchtige stegen
De velden van verveling
Daar gelaten
Verlaat geel licht
Hergebruikt en opgesmukt
Door met klammig zweet
Beslagen ramen
De maan en
Haar andere kant

Roerloos

In een zachte bries
Kom jij aan mij voorbij
Ik sluit mij aan
Zet mijn venster open

Op een kort stil moment
In een wattige schemering
Voel ik dat je bij me bent

Ik ga niet voor of achteruit
Tijd is roerloos in herinnering

Sneeuw

Zwarte warrige lijnen
Vormen sporen
In oogverblindend wit

Ik volg ze niet
Laat mij staan
Opgaan in deze vlakte

Geen beweging
Geen gekraak

In deze stille kou
Maak ik mijn eigen sporen
Verweven met die van jou

Inzien

Op de bovenste plank
Rustend en rijpend
De zinnen overdacht
Talloze keren herlezen

Ook al spreek ik ze zacht
Met gesloten ogen
Je zou ze kunnen uitpakken
Ze in kunnen zien

Het is te vroeg en
Ook te veel
Ik draag ze voor aan de nacht
Voor ik ze met jou deel

Deurbel

In het mistig lantaarn licht
Stille gesloten deuren
Vage contouren in het venster
De gastvrije open gordijnen
Omvatten kille kleuren van eenzaamheid

Grijs met zwarte randen
En het onderscheidend wit
Van de deurbel

Allen die ik Lief

Vanuit het feestbezinksel
Neem ik de touwladder
Van de slaap
Tree na tree de stilte in

Dan het schel luiden van de bel

Ik weet het
Maar
Als het kan
Roep dan zacht mijn naam
Opdat zij niet schrikken
Allen die ik lief
Zo lief heb gehad…..

Open mij

Je volle liefde
In vleugels die omhelzen
Ik voel de witte stof
Teken de baleinen

Mijn adem stokt

Jij!

Open mij
Dan zal ik zelf sluiten
En laat ik leven vieren
Binnenin en buiten

Bodem

Laten we het liefde noemen

Toen ik kort de hemel raakte

Wat maakte dat je blik verzachtte

Laten we het verdriet vergeten

Nu we weten

Dat je bodem dieper is

Dan we dachten

Ware zinnen

De geheimen van dit boek
Sluipen langzaam binnen
Het gevoel in zwart op wit papier
Ik voel
Ik proef
Ik weeg en
Slik ze in
Ze vallen diep ze vallen zwaar

Ik buig mijn hoofd
Voor ware zinnen

Herfst

Schilfers van blad
Struikelend
Valt de winter in
Aarde geur
Vol van jaar
Trekt zich terug in haar kom
De zwaarste tak valt
Met zonlicht opzij
In rafelende kleuren

Begrensde dromen

In het land van lachend vuur
Stroomt het pad van verdreven tranen
Uit witte velden loopt de draad

Zie toch de liefde

Brandpunt uit zweet en bloed
Daar huilde de aarde
Zich troostend met droog katoen

Uit geputte grond

De Moeder staat op en voedt haar kind
Het kind dat al zijn kleuren kent
Zal leren staan het volgende uur

Ziet zij haar kans

Mijn deel

Het loden wolkendek
Drukt op mijn gemoed

Ik moet zoveel
Wat ik wil

Het eerlijke stukje van mijn deel
En een eigen kleine stille plek

Gelijkenissen

Van buiten zijn we
Geen een gelijk

Als ik naar binnen kijk
En tracht te overzien
Zie ik meer gelijkenissen
Dan verschillen

Misschien

Vandaag

Nu is hier
Mijn blikveld
Telt
Vandaag is voldoende
Geen gejakker en geren
Ik ben

Reizen

Ik staar naar de routekaart
Wat links?
Waar rechts?

Ik mijd het struikel pad
Kruispunten neem ik steeds
Rechtdoor
Het liefst zie ik bruggen
Overal
Dan kijk ik in de diepte
En hou me vast zodat ik niet val

Zomeravond

Lange smalle schaduwen
in vroeg avondlicht

Ik wacht op de merel
Voor het sluiten van de dag

Tijd voor een zomeravond gedicht
Waarin ik tracht te lezen wat ik zag

Elkanders lied

Er zat een vogel in mijn tuin
Fris gevederd, net uit het ei
Het leek alsof ze wachtte
Alsof ze wachtte op mij

Vogels horen niet op de grond
Daar is het vies en vol gevaar
Vogels horen te vliegen maar
Ik zag dat ze vliegen moeilijk vond

Ik heb haar voorzichtig opgetild
Verteld dat door vleugels uit te slaan
Er werelden en boeken opengaan

Ze trok de wijde wereld in
Gevleugeld en met gemak
Soms komt ze even bij mij terug
Zij op haar, ik op mijn tak

We luisteren naar elkanders lied
Een groter geluk bestaat er niet

Vergeetboek

Er is geen terug
In het vergeetboek
Lege bladzijden
Terug gerold
Ingewikkeld
Een prop voor de prullenbak
Met strik zou overdreven zijn
Net als het blakende wit

Aarden en loslaten

Vanuit een stil verlangen tot bewegen
Voel ik rennend, aanmoedigingen
Van bomen in het bos

Leer mij te wortelen
Fluister jullie oeroud aarden
En Loslaten
Na het begin, als het kouder wordt
Om niet in wanhoop te blijven
Zwevend daar ergens tussen in

Beeld

Tussen de scherven
Van de dag
Zwiep ik heen en weer
Dáár dat beeld
Wat me zo raakte
Ik kopieer en plak het deze keer

Ster en Stof

Druppels dauw die vallen
Als sneeuw maar zachter
Druipend in mijn gezicht als ik
Krakend groei breek en
Verder open scheur
Terwijl ik boven kom en duik
In de zee die mij opneemt
En mij draagt zodat ik rust
In armen van golven
Ginds
Persen wortels zich
In poriën van aarde vol ravijnen
Zinken bergen langzaam in
Hoe ik wikkel in spiralen
Wervelend rond de zon
Als ik in de dingen kijk
En begrijpen wil

Dit leven verder
Vol verder niets ontziend

Kindertuin

Dit verzonken land
Is mijn kindertuin
Ik hou de laatste witte lelie
In mijn bebloede hand

Rozen hebben doornen

Vage geuren
Onvaste lijnen
Ik zie de poort
Waardoor ik zal verdwijnen

Ik schep een nieuwe tuin
Hoger, verderop
Met wilde kleurige bloemen
En geurige klimop

Bar

Diepe sombere ogen
Omringd met geur
Verschaalde slaap

Ik tracht je blik te vangen
Een glimp van trots
Verstild verlangen

Het maakt dat ik mij afvraag
Op welke barre wegen
Ben jij je jeugd en kracht
Voorgoed kwijtgeraakt

Gevonden

Het hoofd in de wolken
Voeten in het zand
De zee in mijn oren
Hand in hand

Ga met mij mee….
Ik heb gevonden wat ik was verloren

Etna

Vuur zwavel lava
Uit een diepe krater
Later vruchtbaar land

Ik vlei me in je schoot
Aarde ik bemin je
Hier, zo dicht bij de dood

Voor wat jij kan geven
Vruchten
Een gedicht
Drang tot overleven.

Aarde

In het bos omhels ik bomen
Ik kleef aan hun bast als een parasiet
Voelend hoe haar krachten stromen
Ze zijn er wel maar je ziet ze niet

Alles van waarde
Komt uit de aarde

Vogelvlucht

Vanuit een ander raam
Kijk ik van onder naar boven
Namen geschreven in de lucht
In vogelvlucht mijn leven zien
Het geven en dan sterven.

Verderop gedichten

Het liefst pluk ik laaghangend fruit
en pers daar zachtmoedig een rijmend vers uit

Zo in het zicht, makkelijk te grijpen
Puur zoals het hangt klaar met rijpen

Hoe anders is het Verderop gedicht
Waarnaar ik aanhoudend tast
Hoger, grilliger met scherper contrast
spiegelt zij het binnenlicht

Schier onnavolgbare zinnen
Wekken mij diep van binnen,

Soms zijn het raadsels, zegt het mij niets
Soms borrelt het en smeult er iets

Verderop vruchten of laaghangend fruit
Neem poëzie in en leef je uit

Tanka

De tuin schitterde
Van slijm en naakte passie
Parende slakken

Aftasten en aanvoelen
Trage liefde houdt het langst

************************************

Naar aanleiding van de limericks

“Kieren dichten ” en “Gladjes” van Harrij Smit op zijn blog ” gedacht & gedicht”

Ik dacht terug aan verleden zomer. Ik was toen getuige van het fascinerende schouwspel van parende slakken. Geen bier meer in mijn tuintje. Of juist wel?

Opdiepen

Het licht op het water
Breekt in losse flarden
Uit een
Ze beuken tegen de kant
Onpeilbare donkerte
Vertraagt mijn blik

Ik slik en huiver
Keer mij om

Kom, we gaan wat drinken en praten
Luisteren naar wat zoal boven komt drijven
We proosten op diepte, en de waan van het bestaan.
Om uitbundig te blijven en in stilte te gaan

Het geheime geheugen van water

IJsbloemen doemen op het glas
Uit het niets betover lijnen
Wat eerst vloeibaar was

Bottend vanuit een hart
Bevroren kristallen symmetrie
Wat ik dacht is wat ik zie

Druppelend stuivend zwevend
druipend golft het door mijn lijf
Zodat ik samenhangend blijf
Een geheel en levend

Zwerfkei

Laatst sprak een
steen mij aan
Een grote zwerfkei
Hij lag daar zwaar
en slaakte een zucht
Een windvlaag raakte mij

Hij verhaalde over
zijn dwalen en zwerven
Ik zag de diepe kerven
aan zijn ruwe oppervlak.

Hij liet zich gewillig leiden door krachten in de natuur
Eerder, lang geleden, in een ver vergeten uur.

Ik vertelde over deze mensentijd
Over hoop, geloof en liefde
haat, jaloezie en nijd

Opgelucht met onze dialoog leek het kort
alsof hij licht bewoog

Ook hij was ontstaan uit binnenvuur
Uit warme passie van de natuur

Oud, koud maar vol verlangen
Sprak hij zacht
Over een Oost-West verbindende kracht
Een samentrillend leven

Zoals vuurstenen vonken geven
Zo vormen harten
Cirkelend in elkaar
Jou en mij werkelijk en waar

Zondagochtend ei

Onze zielen dichtbij
Het trillend licht
In het lege ei
Toen mijn vader zijn pijp aanstak
En zijn lucifer plantte
Wist ik

Nooit meer een mooier licht
Nooit meer een beter idee
Nooit, aardser dieper zielenzicht
Mijn vader, zijn vuur en het ei

Ernstig

Laten bezinken
Blijven drijven
Niet verdrinken
Blijf trouw aan jezelf

Alleen
Gelaten
Verraden voelen
En intens alleen
Verlaten door je lijf

Wil je dat ik blijf slapen….
Schuif je dan een stukje op

Tijd

Leven op het scherpst van de snede

Tijd splijt in facetten
Het jaar heeft de dagen bijna ingeslikt

Goed opletten
Voor je het weet ben je uitgetikt

Gelukkig een Nieuw jaar!

Maak het van jou:

Geef, Geniet,

Ontvang, Geef ….💞

Midwinter 🔥 Winterwende

Winter kwam met brede slagen
Ze werpt een koud en ragfijn kleed
Daaronder, in de kiem wordt al gesmeed
Voor latere, nieuwe dagen
***
Het is er warm en onaards licht
Veilig diep verborgen
Geen kennis nog van morgen
Tijdloos zonder gewicht
***
Later zal de zon ontsluiten
De kiem wordt uitgelicht
Binnen wordt weer buiten
Met even grote slagen
Als in het begin van dit gedicht

Opera

In drie bedrijven drie keer rond de aarde gaan

Aangeraakt
Opgetild
Geliefd
Bemind
Bedrogen

Neergesmeten

Het doek valt.
Ik leef ! en speel verder.

Breekbaar

Ze riepen je naam
Galmend tussen witte muren
Echoënd in magneten

Onbreekbaar ijle liefde
Vult de tussen ruimte
Tere handen houden los

Je spaart woorden in broze huid
Kijkt en luistert
Luistert niet naar ons

Energie

Gevoelens zie je niet
Je hoort ze evenmin
Liefde in het begin
Of, later het verdriet

Had ik maar ’n oog
Dat door sluiers kijken kon
Hoe vriendschap begon
Of, hoe woede bewoog

Een stil en voelend weten
Meer dan dat ik zie
Alles is energie
Een oer krachtketen

Ze trekt en verbindt
Boven onder, overal
Stroomt ze, zoekt en vindt

Vroege Sneeuw

Het wiegje bleef leeg
Zou zich vullen met gedachten
Aan een onvoltooid voorbij verwachten

Mijn moeder baarde
Huilde en zweeg

Ik stond buiten en staarde
Naar vroege sneeuw op zwarte aarde

Intuïtie

Muren van intolerante
Blaaskakerige dikke huiden

Ver weg

Buiten hun beperkte zicht
Ligt het Aanvoelend Weten

Niet om te graaien
Maar om voorzichtig te worden uitgelicht

Dikke lijnen als touwen

Avondschemer sluimert over het gras

In de bomen zullen sterren komen
Ook de maan zal ergens moeten zijn

Deze dag als alle andere
Zocht ik  je hand
Ruw eelt en dikke lijnen als touwen
Mijn hand in de jouwe
Geborgen
Omvat je mijn gezicht

Kom, geef mij de nacht
Ik droom waaruit ik werd gehouwen
En keer alles nogmaals om

Ik zal mij verbonden weten
Met de schoot van alle vrouwen

In de verte wordt het al weer licht

Tanka 4

Daar gaan de Ganzen
Krachtig de weg doorklieven
Het zuiden peilend

De wereld van bovenaf
Gezien en zo gelaten

Omarm en Verwarm

Hij spuugt in gal en bloed
Ijs scherpe woorden
De wereld in

Palend op zijn meter
Weet hij alles beter
Razend tierend puilt hij uit
Hij ziet zich groter dan hij kan zijn
Het maakt hem klein

Kom dooi kom omarm en verwarm
Help deze kille starre man
Zodat zijn hart weer kloppen kan

Kijk me aan
Ik hou van jou
Laat gaan die bittere kou

Wend je af of keer je om
Zodat ik, dichter bij je kom

Luisteren is een goede start
Net als kijken vanuit je hart

Tanka 3

Herfst hibiscus blad
Met op haar tak een koolmees
Beide kleuren geel

Herinnering aan de zon
En zoete zomerochtend

Tanka 2

Geritsel s’nachts

Verborgen onder takken

Familie Egel

Stekelig knus bij elkaar

Spits en prikkelend leven

Mijn eerste Tanka

Meer dan oud papier
Beelden in sapstroom ringen
Drukken de tijd uit

Een diep snikken voor de val
Ze giet verdwaalde tranen

🍁🍂 Ideeën 🍂🍁

Nog ongevleugeld dwarrelt
mijn idee met de herfstbladeren mee

Weerbarstig als ideeën zijn
Wilde ze gaan en zelf bestaan
Met weemoed denk ik nu terug
Aan het vrije blije begin
Maar ideeën worden groot
Ze krijgen zelf zin

Wie weet, vindt ze de ideeën wereld
En begint er zelf een
Dan vormen ze met zijn tweeën,
Drie grandioze ideeën.

Keerpunten

Lentelicht
Golven kracht
Maken iets van niets

Herfstlicht
Groen geel rood
Wattig licht
verwachtte dood

Boven een golvend geploegde akker
Keren vogels
Terug en later weer om

Ook het punt waarop mijn dromen keren
En ik weer op aarde kom

Alsof een golf het strand kust
Alles keert door licht
Beweegt en

Rust.

Op de fiets

Tijdens het fietsen heb ik last van dichten
Waar ik kijk hoe hard ik ook fiets
Overal verschijnt wel iets
Volzinnen of vergezichten

Een meeuw krast mij zijn honger toe
Bomen ruisen over het zicht
Stromend water druppelt gedicht
De zwerfkei zucht zwaar en moe

Het kan zomaar gebeuren dat voorbijgangers mijn vers kleuren
Een bijna contact een vluchtig kijken
Kan mijn gedicht enorm verrijken

Alles fietst aan mij voorbij
Ik neem het waar
Het maakt me blij

Iedere dag

Op het strand
Luister ik
Naar wind gefluister
En schelpen die ik vind

Sommige achteloos vertrapt
Tot splinters
Weerloos zonder verband
Liggend in het zand

Voor mij rest een zelfde lot
Vroeg of laat
Een lege huls zonder inhoud
Wiens vluchtige vulling
verder gaat

Tot dan zoek ik verbinding
Binnen boven
Buiten onder
En beloof mezelf plechtig
Dat ik iedere dag bewonder

Perron

Zoals jij daar staat op dat perron
Gebogen en alleen
Je kijkt omhoog, volgt je gedachten
Je stuurt ze ergens heen

Er hangt droefheid in de lucht
Een vochtig zwaar gemis
Tussen alle treingeluiden
Voel ik dat er zij niet meer is

Dan maar reizen en bewegen
Overal en nergens heen
Je komt haar toch wel tegen

Een vluchtige geur
Gebaar of woord
Een glimlach die je kort bekoort
De stem die jou ooit troostte
Heb je al lang niet meer gehoord

Dus blijf je reizen
Eeuwig zoeken
Naar iets wat het bijna raakt
En je dan, in het voorbijgaan,
Intens gelukkig maakt

Jij en ik

Alle hoop voor onze helden
Die zwarte honden leren weerstaan
Die donkere hele dagen
Door zware tijden gaan

Alle kracht voor deze dragers
Van raadselachtig somber gewicht
Het enige wat ze vragen
Is dat er wordt bij gelicht

Alle liefde voor hen die zoeken
Naar wat heel normaal schijnt
Maar steeds als het dichtbij komt
Lijkt dat het verdwijnt

Rustig vrijuit kunnen leven
Is soms een hels karwei
Maar samen gaan we het redden
Jij en ik zijn wij

Donder en bliksem

Open de sluizen slecht alle muren
Stook op de binnenvuren
In verhitte stilte wordt hier gesmeed
Aan iets wat dichten heet

Kijk naar beneden ontgrendel verdriet
Zie de diepte in wat je ziet

Voel het ritme van seizoenen
Leer het onzegbare toch te benoemen

Luister naar het geluid van de wind
Het kan zijn dat je daar inspiratie vindt

Kom maar bliksemschicht en donder
Schrijf je gedicht en verwonder

Of…. laat het rijm zacht en teder komen
En put poëzie uit je dromen

Druppels licht

Een plant heeft evengoed
Als het gemoed
De zon en water nodig

Een eigen plaats om stil te staan
Vrijelijk open en omhoog te gaan
Water druppels stromen vloeien
Laten los en laten groeien

Het nog vochtige ochtend licht
Tovert een glimlach op jouw gezicht
Een plant schenkt bloemen of een vrucht

Zoete zorgeloosheid
Doordrenkt de lucht.

Waar ik ben

Laat mij naar een plek toe drijven
Ongezien en stil
Waar ik dan kort kan blijven
Dat is wat ik wil
Ik zal daar lezen wie ik ben
Schrijven wie ik wil zijn
In de hoop dat ik me ken

Licht luchtig en klein

Buiten spel 

De tuin geeft de laatste

bladeren vrij spel

Op en weer heen en neer

Ik tuur door het raam

En weet het ook niet  meer

Licht vormt geel in goud

Net nog groen nu rood en paars

Herfst toverseizoen

Dood is illusie

Wat was is essentieel

Voor wat verder gaat

De tijd vliegt voorbij

Energie kracht en leven

In de tussentijd

Zaad van papaver

Wacht op licht dat zeker komt

Duizenden uit een

De geur van vers gras

Gekeerd in lange lijnen

Werk van mijn moeder

Bij

Zwaar donker gezoem

Benadrukt in alle ernst

Zijn werk voor honing

Mei

Vroeg in de ochtend

Maken vogels nacht tot dag

Fluitconcert  in mei

Samen

Kom, vervolmaak mij

Ik laat mijn rand en hart zien

Geen grenzen geen angst

Slak

Ontsnapt aan de slak

Verheft de tuin haar krachten

Zwaar slijm glinstert licht

Porto:   Casa Guerra Junqueiro


Musea Casa Guerra Junqueiro

Porto 10 mei 2015. Bij toeval in Porto deze prachtige plek van deze dichter ontdekt. Boekhandel Lello in Porto had helaas geen dichtbundel te koop. “Een vergeten dichter” zei de boekhandelaar.
Om deze dichter te eren start ik een blog over vergeten dichters. Ik ben op zoek en vindt mijzelf.

Het Gedicht   ” La Lágrima ”


The Tear

(…) Upon the jagged leaf of a sycamore tree
Which, like a scavenger, on stones and lava feeds


The gentle Dawn, compassionate and divine
Shed an eternal tear, huge and crystalline.


So perfect and so limpid a tear that it appeared
From afar a star, a diamond when neared.


With his splendid retinue, a king passed that way
Helmets, spears, bugles thirty banners on display.


“My crown”, exclaimed the king, surveying the scene,
“Contains countless sapphires and gemstones that gleam,


Exquisite rubies of blood-red and gold
Crystallised kisses of love set aglow


There are pearl which are drops of immense agony
Shed as tears by the Moon, frozen hard by the sea,


Yet diamonds and rubies and pearls from Ophir
All this I’d forsake just to have you oh tear (…)




 

 

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑